Brexit-clone no more: Belangrijke wijzigingen voor merkhouders per 1 januari 2026

Per 1 januari 2026 treedt een belangrijke wijziging in werking voor merkhouders die bescherming hebben in zowel de Europese Unie als het Verenigd Koninkrijk. Vanaf die datum kan gebruik van een merk in het ene territorium niet langer worden ingeroepen om merkregistraties in het andere territorium te ondersteunen. Dit is vooral van belang voor de zogenaamde “Brexit-kloon”: de nationale UK-merkregistraties die in 2021 automatisch zijn ontstaan op basis van bestaande EU-merken.

Wat zijn Brexit-klonen ook alweer?

Toen het Verenigd Koninkrijk de EU verliet, heeft het Britse merkenbureau elk bestaand EU-merk automatisch omgezet in een aparte UK-registratie. Deze kopie, die volledig losstaat van het oorspronkelijke EU-merk, wordt een Brexit-kloon genoemd. Deze “gekloonde” merken behielden dezelfde bescherming als voorheen, zonder dat merkhouders actie hoefden te ondernemen.

Tot nu toe werd in sommige situaties nog gebruik uit het “andere” territorium aanvaard, afkomstig van vóór 2021, toen het VK nog deel uitmaakte van de EU.

Wanneer moet merkgebruik worden aangetoond?

Merkgebruik moet worden aangetoond telkens wanneer het bestaan van een merkregistratie ter discussie wordt gesteld. Dat kan onder meer gebeuren in:

  • een vervalprocedure wegens niet-gebruik
  • een oppositieprocedure, wanneer het oudere merk wordt betwist
  • een verweer tegen een niet-gebruiksactie

In dergelijke situaties moet de merkhouder aantonen dat het merk daadwerkelijk, commercieel en publiek is gebruikt in het territorium waarvoor het is geregistreerd, en dit binnen de laatste vijf jaar. Dit sluit nauw aan bij de toets van normaal gebruik, die zowel voor EU-merken als UK-merken van cruciaal belang blijft.

Wat verandert er precies per 1 januari 2026?

Tot nu toe kon gebruik in bepaalde gevallen nog worden ingeroepen, ook wanneer dit niet in het relevante territorium plaatsvond. Vanaf 1 januari 2026 geldt dat voor het bepalen van normaal gebruik enkel het gebruik binnen het juiste territorium in aanmerking wordt genomen. Met andere woorden: het relevante tijdsvenster van vijf jaar waarbinnen gebruik moet worden aangetoond, wordt dan volledig beoordeeld op basis van de periode na de Brexit, toen EU en VK definitief gescheiden territoria werden.

Vanaf 1 januari 2026 geldt dus:

  • Voor EU-merken: Alleen gebruik binnen het territorium van de EU telt nog als bewijs van normaal gebruik.
  • Voor de gekloonde UK-registraties: Alleen gebruik binnen het territorium van het VK telt nog als bewijs van normaal gebruik.

Een merk dat voornamelijk buiten het eigen territorium wordt gebruikt, kan vanaf 2026 dus kwetsbaar worden voor verval wegens niet-gebruik.

Uitzondering: lopende zaken vóór 1 januari 2026

Voor procedures die vóór 1 januari 2026 zijn opgestart, zoals opposities, verval- en niet-gebruikprocedures of verweer daartegen, blijft gebruik in zowel de EU als het VK nog meetellen, zolang dit binnen de relevante bewijsperiode valt. Ook reeds vastgestelde rechten en eerder aangetoond gebruik blijven ongewijzigd.

Wat betekent dit voor merkstrategieën in 2026 en daarna?

De nieuwe regels hebben vooral impact op merkregistraties die voornamelijk in één territorium worden gebruikt. Daarom is het verstandig om dit jaar stil te staan bij:

  1. Waar uw merken op dit moment daadwerkelijk worden gebruikt: vooral in de EU, in het VK, of verspreid?
  2. Of dat gebruik vlot te documenteren is: via facturen, verkoopdata, marketingmateriaal of distributiebewijzen.
  3. Of gebruik binnen het relevante territorium moet worden opgestart of versterkt: zeker voor merken die vooral actief zijn buiten hun geregistreerde territorium.
  4. Of uw merkportfolio strategisch moet worden herzien.

Door dit tijdig te evalueren, vermijdt u tijdsdruk of bewijsproblemen wanneer de nieuwe regels in 2026 volledig van kracht worden.

Bij IFORI ondersteunen wij ondernemingen bij het beoordelen, bewaken en waar nodig versterken van merkportfolio’s in zowel de EU als het VK. Wij denken mee in strategie, documentatie en mogelijke handhavings- of verdedigingsopties.


Projects