Octrooieerbaarheid

Een uitvinding kan in België alleen worden beschermd door een octrooi of patent wanneer zij voldoet aan drie fundamentele voorwaarden: nieuwheid, inventiviteit en industriële toepasbaarheid en geoorloofdheid. Hieronder leest u wat deze voorwaarden precies betekenen én wat wél en niet octrooieerbaar is.

Uitvinding

Niet alles wat vernieuwend lijkt, kan worden beschouwd als een uitvinding in de zin van de wet. Zuivere ontdekkingen, wetenschappelijke theorieën, wiskundige methoden, esthetische creaties, presentaties van informatie en loutere economische methodes komen niet in aanmerking. Ook computerprogramma’s als zodanig worden uitgesloten, tenzij zij samen met hardware of door hun technisch effect bijdragen tot de oplossing van een technisch probleem.

De uitvinding mag niet in strijd zijn met de openbare orde of de goede zeden. Toepassingen die schadelijk zijn voor mens, dier, milieu of samenleving worden uitgesloten. Voorbeelden zijn methoden voor klonen van mensen, genetische wijzigingen van de menselijke kiembaan of commercieel gebruik van menselijke embryo’s. Wanneer een uitvinding meerdere toepassingen heeft, waarvan er één verboden is, kan dit een belemmering vormen voor octrooibescherming.

Nieuwheid

Nieuwheid betekent dat de uitvinding nog niet openbaar is gemaakt vóór de indieningsdatum of de prioriteitsdatum. Alles wat eerder gepubliceerd, gebruikt of tentoongesteld werd, behoort tot de stand van de techniek en kan de aanvraag ongeldig maken. Om dit te vermijden is het van groot belang dat de uitvinding geheim wordt gehouden tot de aanvraag is ingediend. In veel gevallen kan men bovendien een beroep doen op het zogenoemde recht van voorrang: wie in een ander land al een eerste aanvraag heeft ingediend, krijgt twaalf maanden de tijd om in België dezelfde uitvinding neer te leggen zonder dat de eerdere aanvraag de nieuwheid aantast.

Inventiviteit

Naast nieuwheid moet de uitvinding inventief zijn. Dit houdt in dat zij niet voor de hand mag liggen voor een vakman die vertrouwd is met de bestaande techniek. Een inventieve stap hoeft niet noodzakelijk complex te zijn. Ook een eenvoudige maar onverwachte oplossing voor een probleem dat al lang bestaat, kan inventief zijn. Elke aanvraag wordt individueel beoordeeld op dit punt.

Industriële toepasbaarheid

Een derde vereiste is industriële toepasbaarheid. De uitvinding moet in de praktijk kunnen worden vervaardigd of gebruikt binnen een economische sector, zoals industrie, handel of landbouw. Louter theoretische inzichten of wetenschappelijke ontdekkingen zonder praktische toepassing voldoen niet aan dit criterium. Alleen wanneer de oplossing technisch uitvoerbaar is, kan zij in aanmerking komen voor bescherming.

Wie dus in België een octrooi wil aanvragen, moet nagaan of zijn uitvinding nieuw, inventief en industrieel toepasbaar is. Door de uitvinding geheim te houden vóór de aanvraag, door zorgvuldig te documenteren hoe de technische oplossing werkt en door rekening te houden met de wettelijke uitzonderingen, vergroot men de kans dat de aanvraag succesvol verloopt en dat de innovatie effectief wordt beschermd.


Projecten